SINT JORIS MUNSTERBILZEN

Ontstaan

Op "Liefft heeren Hemelvaert" anno 1569 verleende abdis Odilia van Buymelborch privaatbrieven aan de Sint-Jorisgilde van Munster.Ze is daarmee de oudste van de vier schutterijen die hier ooit geweest zijn. Historisch interessante documenten van deze gilde zijn de oprichtingsakte,de ketting of koningsbraak en het rekeningboek.

Aanvankelijk waren de schutters van deze gilden allen kruisboogschutters.De vereniging mocht statutair niet meer dan 30 leden tellen.Naast verdedigingsdoeleinden namen de schutters uiteraard ook deel aan allerhande feesten en processies. Jaarlijks had ook een koningsschieting plaats.Ze vergezeldenook elk nieuw verkozen abdis en vormden een erehaag.

Vanaf de zestiende eeuw moest de kruisboog langzaam maar zeker plaats ruimen voor geweren.Tijdens de Franse Revolutie werden schutterijen verboden omdat ze mogelijk als verzetsgroepen konden gaan opereren.Veel van het materiaal van de Sint Jorisgilde werd om die reden dan ook vernield of in beslag genomen.Onder het Hollandse Bewind kenden de schutterijen weer een heropleving maar de oude glorie werd helaas niet meer geŽvenaard.

In gilden gold het principe van de militaire hiŽrarchie.Aan het hoofd stond de deken, gevolgd door een officier, een luitenant en een sergeant.De sergeant fungeerde als regerende koning,omdat er nooit een keizer was geweest bij de Sint Jorisgilde.Verder waren er ook nog de cornetblazer, tamboers, vaandeldragers, de kamermeester, de raadsheer en natuurlijk ook de gewone schutters.Van de toenmalige titulatuur en hiŽrarchie is in de huidige schutterij niets meer terug te vinden.

Eens per jaar was er een soort bestuursvergadering.Daar konden eventueel wijzigingen in het regelement en de interne werking besproken worden.De ambten of titels werden vergund aan de hoogstbiedende.Soms werd er van nieuwe leden een inbreng in natura verwacht.Zo moest Paulus Fransen, onze koster, bij zijn intrede beloven dat op de feestdag van Sint Joris zielenmissen te laten opdragen voor de overleden medebroeders.

De grenadiersplaatsen, waaronder die van kapitein, werden uitgegeven zonder last van de kamer.Ze mochten tegen betaling van 2 gulden en 7,5 stuivers mutsen van berenhuid dragen.Deze moest terug achtergelaten worden bij het verlaten van de kamer.Deze mutsen zijn momenteel nog altijd in ons bezit.Een register uit 1816 geeft de volgende voorwerpen aan die in de schatkist van de schutterij staken:9 scherpen,8 stuks zilver met den vogel,2 zilveren pieken,3scherpen geplooid in rood en blauw,4 scherpen geplooid in geel en blauw,een "craeg van den kaptijn der grenadiers"en een rode pluimage.Eťn van de twee zilveren pieken droeg het wapenschild(gevierendeeld) van abdis Isabelle Hendrika d'Aspremont Lynden de Reckhem.Zij was abdis van het stift van 1641 tot 1678.

Het pronkstuk van elke oude schutterij zijn natuurlijk de vogel en de daraan gehangen zilveren platen die we de koningsbreuk noemen. De centrale plaat of borstplaat draagt het wapenschild van de schenker.Ondank haar vroege stichting verwierf de schutterij pas op 26 maart 1959 de titel"koninklijke".Bij deze gelegenheid werd het bestuur door de provinciegouverneur Roppe ontvangen en werd het brevet plechtig overhandigd.